De C van cultuur, of… ?

‘We are leaving all this rich culture behind and we are following… Christ.’ Met deze opmerking vat Prosper kernachtig zijn zorgen samen. Ons gesprek is afgedwaald van taal via oude gewoonten naar de kerstening van de Mawu. Prosper zegt dat hij soms denkt dat het beter zou zijn als ze zich weer op de traditionele godsdienst zouden richten.

‘Onze voorvaders hadden een bepaalde kijk op de wereld’, legt hij uit, ‘ze hadden een samenhangend systeem. En het werkte perfect voor hen.’ Hij verwijst naar het pantheon van traditionele godheden van de Mawu: Tokpaiko, Dzakpana, Dzagbayisu, Katolekotete; en naar de hoogste God, Eyaa, die de aarde en de mensen geschapen heeft en die samen met zijn vrouw in de Godsstad woont. Deze goden hadden elk hun eigen priester, die offers bracht en in contact met hen stond. De offers bestonden uit voedsel — meestal een maal van inheemse bruine rijst met wat fruit, soms een hoen, en aan Eyaa werd jaarlijks een witte ram geofferd. Ook was er de legendarische voorvader Orere Tagbaraa (letterlijk ‘de Reus’ ). Hij was de eerste mens geschapen door Eyaa, en hij was het die lang geleden zijn volk vanuit Godsstad naar hun tegenwoordige woonplaats leidde. De weg erheen werd echter versperd door een scherp zwaard. Orere Tagbaraa offerde zich op voor de mensheid door zich in dat zwaard te storten, en baande zo de weg voor zijn volk. Deze mythologische figuur werd niet gediend met offers, maar wel in ere gehouden en herdacht.

Al deze zaken, legt Prosper me uit, zijn zo goed als uitgeroeid met de komst van het christendom. Er is nog maar een handjevol niet-christenen over en dat zijn bijna allemaal oude mensen. Er is één wat vrijere kerk waarvan de leden ook nog bepaalde culturele tradities in ere houden, maar de evangelische- en pinksterkerken krijgen steeds vaster voet aan grond en die zijn radicaal tegen alles wat met de ‘demonische afgoderij’ van het verleden te maken heeft. Als ik Prosper vraag waarom het hem een goed idee lijkt om toch die oude goden weer te gaan dienen wijst hij naar de problemen van Mempeasem: er is onenigheid over het leiderschap, de weg is in een erbarmelijke staat, er is maar weinig water in het droge seizoen, de oogsten zijn niet geweldig, potentiele investeerders haken af. Dat komt omdat de goden die Kawu vanouds bewonen, beschermen en vruchtbaar houden, niet naar behoren gediend worden.

Het dienen van de goden is een serieuze zaak, legt Prosper uit. Ze zijn namelijk compromisloos. Als je een gelofte aflegt bij de schrijn van Tokpaiko en je komt die niet na, straft hij je ogenblikkelijk met de dood, of op zijn minst met een ziekte of een ongeluk in je familie. Maar als je Tokpaiko op de juiste manier dient en hem om bescherming vraagt, zal hij je ook compromisloos beschermen. Dit leidt ertoe dat dienaars van de traditionele goden serieuzer in het leven staan. Ze doen plichtsgetrouw hun werk en komen hun beloften nauwgezet na. Het christendom werkt anders volgens Prosper. ‘Als je als christen iets verkeerd doet,’ zegt hij, ‘dan weet je: God heeft genade. Hij is genadig, hij is genadig, hij is genadig. Voor veel van ons betekent dat dat we slordig kunnen leven zonder grote consequenties. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.’

Al snel wordt duidelijk dat veel van Prosper’s ideeën over het christendom afwijken van Westerse versies ervan. Bijvoorbeeld, het Westers-christelijke idee van de hemel als eeuwig leven na dit leven is hier in Kawu samengesmolten met het aloude idee dat de voorouders nog steeds onder ons op de aarde leven, zij het als geest. ‘De hemel is hier rondom ons,’ wordt me verteld door kerkgangers. Het hiernamaals heeft dus alles te maken met het aardse; het is een soort onzichtbare realiteit die zich vermengt met het leven van alledag.

Ik zou hier nog tientallen voorbeelden kunnen noemen van merkwaardige syntheses van christendom en traditie in Kawu. Sommigen zullen dit soort zaken waarschijnlijk willen zien als een teken zijn van onvolledig begrip. De boodschap van het christendom is kennelijk niet volledig overgekomen, en dat heeft geleid tot wat theologische wildgroei hier en daar. De impliciete aanname daarbij is dat we die wildgroei wel kunnen tegengaan door de gaten in de kennis op te vullen en de overdracht van de boodschap te perfectioneren. Ja toch?

Hoe plausibel dat sommigen ook in de oren mag klinken, hier in Kawu klinkt het niet anders dan naief. Kunnen ideeën ooit ongeschonden de overtocht maken van de ene cultuur naar de andere? De Duitse zendelingen ruim een eeuw geleden dachten van wel. Zij waren ervan overtuigd dat ze met een superieur systeem kwamen, en ze dachten het ene stelsel van ideeën te vervangen door het andere ongeveer zoals je een band verwisselt. Nu, honderd jaar later, ziet het effect er eerlijk gezegd meer uit als dat van een vijfde wiel aan de wagen. Het is een soort vreemde samensmelting van twee culturele betekenissystemen geworden: de christelijke, pietistische traditie van de negentiende-eeuwse Noordduitse zendelingen en het inheemse systeem van ideeën dat betekenis gaf aan het leven van de Mawu.

Ik ben me er terdege van bewust dat ik op het punt sta me schuldig te maken aan de fout die het spiegelbeeld is van die van de zendelingen: een soort idealistisch verlangen naar een verleden waarin alles ‘bij het oude’ en in balans was. Dat is uiteraard een illusie. Wederzijdse invloed van culturen is eerder regel dan uitzondering, en de taal en cultuur van de Mawu vertonen meerdere tekenen van invloeden van buitenaf — ‘for better or worse’, zoals de Engelsman zegt. Strikt genomen is het dus betekenisloos om een oordeel uit te spreken over de synthese van christendom en traditie in Kawu. Ondanks dat kan ik niet verhullen dat ‘wanstaltig’ me nader op de lippen ligt dan ‘harmonieus’. Het is geen sluitende, samenhangende visie op de wereld; het is de ene levensvisie ruw beentje gelicht door de andere. Het is hinken op twee gedachten.

P.S. Het mooie verhaal van Orere Tagbaraa, ‘de Reus’, werd al in 1904 opgetekend door Andreas Pfisterer, de eerste zendeling in Kawu, met daarbij de aantekening dat hij de religieuze ideeën van de Mawu maar ‘onduidelijk en verward’ vond. Tegenwoordig kennen alleen oude mensen het verhaal nog.

Dit bericht is geplaatst in Voorjaar 2008 met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op De C van cultuur, of… ?

  1. reacties schreef:

    Marieke v. Nimwegen, 14 maart 2008

    Nou, over knuppels in het hoenderhok gesproken!

    Jochem, 14 maart 2008

    Vergeet niet dat het met ‘ons’ niet anders is. In hoeverre zitten wij niet ‘vast’ aan de Westerse consumentistische cultuur, en aan de vermeende scheiding tussen feiten en waarden? Lesslie Newbigin (oud-zendeling in India) heeft hier mooie dingen over geschreven. Het Evangelie stelt ‘in principe’ elke cultuur onder kritiek, ook onze Westerse, maar het is niet makkelijk hier invulling aan te geven. Het vereist goed onderscheidingsvermogen en contextualisatie. Boeiend om al je berichten te lezen. Je neemt ons echt mee in waar je mee bezig bent, en in het leven van de mensen daar. Heel waardevol.

    esther, 14 maart 2008

    tjonge das nog best een ingewikkeld vraagstuk.

    Suzan, 15 maart 2008

    Of een godsdienst/cultuur ‘werkt’ of voorspoed (mooie naam trouwens, Prosper..) brengt lijkt me niet de meest belangrijke toestssteen. Bij missionarissen dient echter wel een enorm vermogen aanwezig te zijn om te zien wat kern en wat periferie is van het christendom en welk Godsbeeld het beste in een cultuur past.

    boeiend opiniestuk trouwens!

    Connie, 17 maart 2008

    Klinkt alsof het dynamisch evenwicht van destijds verstoord is geraakt. Misschien dat deze cultuur in de toekomst een nieuw evenwicht vinden zal?

Reageren?

Je e-mail adres zal niet gepubliceerd worden Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *