Plons

Etenstijd. Reffie, zoals ik de Reverend voor mezelf noem, wordt opgehouden door twee praatgrage gasten dus ik begeef me vast naar de keukentafel, waar ons maal staat te wachten, een bord fufu en een pannetje soep voor elk. Ik licht het deksel van mijn pannetje: soep met een flinke vis erin. Lekker! Bij het overgieten in mijn bord zie ik dat onderin de pan nog wat anders ronddrijft. Een andere vissoort — die van gister om precies te zijn, met gelig vlees van een vreemde korrelige substantie en een gronderige smaak. Laten liggen is onbeleefd natuurlijk. Mijn oog valt op Reffie’s pannetje. Ik luister even of hij er niet aankomt; nee, hij zit nog steeds te praten op de veranda. Voorzichtig licht ik het deksel van zijn pannetje op en laat de vismassa erin glijden. Plons. Ik kijk om; de kust is veilig; nogmaals plons. Ik vraag me af waarom ik dit niet vaker doe, maar dat is natuurlijk omdat we meestal tegelijk aan tafel gaan.

De andere vis is heerlijk en de fufu is ook prima. Van fufu kun je niet zeggen dat het heerlijk is, want je proeft het niet. Het is een zachte, gladde deegmassa waarvan je een stukje afknijpt dat je in de soep doopt en zo in je keel laat glijden. Eigenlijk een heel handige manier van je maag vullen; je verspilt geen tijd met het binnenkrijgen van de zetmeelrijke basisvoeding en je kunt rustig van de vis en de soep genieten. Vis en fufu is mijn favoriete combinatie, niet in de laatste plaats omdat kippevlees, de andere optie, in mijn ervaring nogal stoelgangontregelend is. (Toen ik Kofi dat laatst vertelde zei hij tot mijn verbazing dat hij er ook last van had. En toch was hij het vlees in onze gerechten blijven verwerken! Vanaf toen geen kip meer op tafel gezien gelukkig.)

Als ik net klaar ben, pannetje mooi leeg, komt Reffie binnen. ‘Dat was heerlijk’, zeg ik spontaan. Hij hm-hmt. Met twee mandarijnen als toetje verlaat ik de keuken. Mandarijnen zijn hier donkergroen als ze rijp zijn, en zeer smaakvol. Halverwege het schillen moet ik altijd even stoppen om de combinatie van de groene schil en de oranje partjes te bewonderen. Daarbij vergeleken zijn de knaloranje supermarktmandarijnen in Holland nogal inspiratieloos. De geur is echter van dezelfde watertandende frisheid. Ze doet me denken aan de bezoeken aan oma in Middelburg, die ons altijd mandarijntjes gaf voor de terugreis. Hmmm!

Dit bericht is geplaatst in Zomer 2008 met de tags . Bookmark de permalink.

Reageren?

Je e-mail adres zal niet gepubliceerd worden Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *