De gelukkigste man in Kawu

Een vlucht vogels scheert over een dichtgevroren rivierarm waarin een baggerschip wacht op betere tijden. Erboven een melkwitte zon die zich schuchter in ochtendmist hult. Het lijkt wel een hedendaagse Van Ruysdael. Wat kan Nederland toch mooi zijn. Vooral als het aan je voorbijglijdt in de trein op weg naar Schiphol, weg van huis en haard, naar een tropisch land waar de stof en droogte van harmattan regeren in plaats van koning winter.

Met twee uur vertraging begint mijn vijfde Ghana-reis in stijl. Het is wel een beetje jammer van mijn plekje bij het raam, dat ik uitgekozen had om vóór het donker de Sahara te bewonderen, maar zo zij het. Een vuurrode zonsondergang boven de straat van Gibraltar maakt veel goed. Mijn vluchtbuur is een schattig meisje dat als we met een bonk landen de slaap uit haar oogjes wrijft en vraagt, “Mami, is this Ghana?” Haar moeder knikt en we glimlachen naar elkaar.

Ik breng de nacht door in Accra om de volgende dag verder te reizen naar Kawu. De reis van Accra naar Hohoe verloopt gesmeerd, in een volgepakt busje met achterop de tekst LIFE MINUS GOD EQUAL TO PROBLEM. Voor de eerste keer lukt het me om stiekem een foto te nemen van een politieagente die haar bribe wegstopt (zie onder). Eenmaal in Hohoe vind ik al snel een taxi naar Mempeasem, het dorp in Kawu waar ik verblijf.

In Kawu zijn het de kinderen die me het eerst herkennen. In koor joelen ze “Mr Mark, Mr Mark, Mr Mark!” De volwassen kijken eerst nog een keer, slaan dan hun handen voor de mond en roepen “Oo! Yaosɛ! Ben je het echt?” Ze kunnen het haast niet geloven. Ik eigenlijk ook niet. Toen ik hier wegging in april 2009 was het nog niet duidelijk of ik de mogelijkheid zou krijgen om ooit terug te komen. De eerste dag gebruik ik om iedereen uitgebreid te begroeten. Als ik zo door het dorp kuier, over voetpaadjes die rond de bruinrode lemen huizen slingeren, van erf naar erf waar me een warm welkom wacht, voel ik me innig dankbaar. Wat zijn de Mawu toch prachtige mensen, en wat is het goed om hier te zijn. Ik ontdek ook dat het met mijn Siwu nog aardig gaat; misschien omdat ik zoveel met opnames van alledaagse gesprekken gewerkt heb.

De volgende dag klim ik naar Todzi, het hogerop gelegen dorp waar ik ook veel mensen ken. Ik heb gehoord dat de vrouw van de chief een paar dagen geleden is overleden; als het kan wil ik hem mijn medeleven betuigen. Als ik het dorp inkom steekt verderop een steviggebouwde man de weg over. Zou dat…? “Hee, T.T.!” roep ik. Hij staat stil, tuurt naar me, werpt dan zijn armen in de lucht en komt op me afrennen. We omhelzen elkaar stevig en hij ramt me op mijn schouders. Dan neemt hij me mee naar zijn huis en biedt me wat te drinken aan.

T.T. (spreek uit: “Tie Tie”), ook wel Timothy, is één van mijn meest bijzondere vrienden in Kawu. In 2007 was hij een nukkige taxi-chauffeur die me bedolf onder moeilijke Siwu-zinnen en ongeduldig werd als ik hem niet meteen begreep. In 2008, toen mijn Siwu iets beter werd, ontdooide hij een beetje en vroeg hij me te helpen met het opnemen van traditionele muziek; maar hij maakte duidelijk dat hij niet onder de indruk was van mijn vooruitgang en bleef me pushen om mijn Siwu te verbeteren. In 2009, toen ik voor de vierde keer kwam, had ik zijn vertrouwen eindelijk gewonnen en werd hij iemand die het belang van mijn werk verdedigde en overal deuren deed opengaan. Ook ontpopte hij zich tot cultuuractivist: hij riep mensen op om hun traditionele muziek niet verloren te laten gaan en hij zorgde ervoor dat op begrafenissen onze opnames van Siwu-klaagzangen gespeeld werden in plaats van Westerse kerkmuziek. En toen was ik verdwenen, voor bijna twee jaar. Geen wonder dat we blij zijn om elkaar weer te zien.

Nadat we bijgepraat zijn bij T.T. thuis neemt hij me mee naar de chief. Ik ben een beetje zenuwachtig, maar T.T. vertelt me hoe ik het moet zeggen (zoals voor elke soort ontmoeting is ook hier een officieel script voor) en we oefenen de uitwisseling een paar keer samen. Eenmaal bij de chief aangekomen loopt alles op rolletjes. Ik leg uit dat ik net gearriveerd ben, het slechte nieuws hoorde, en besloot mijn condoleances over te brengen. Als de officiele uitwisseling afgesloten is neemt de chief het woord. “Yaosɛ. Weet dat dit gebaar zeer gewaardeerd wordt. Sommigen horen van een verlies en denken, ach, dat komt later wel. Jij bent gisteren aangekomen vanuit Europa en vandaag maak je hier je opwachting om je medeleven te betuigen. Dat betekent veel voor me. Het laat zien dat wij een persoonlijke relatie hebben. Mijn dank hiervoor. Welnu, vertel me wat deze keer je missie is, en ik zal er alles aan doen om je te helpen.”

Ik glimlach breed en buig licht voorover terwijl ik me realiseer dat de zaken wel een heel voordelige wending nemen zo op de tweede dag van mijn veldwerktrip. Kort leg ik uit mijn doelen uit en hoe mijn werk tot nut kan zijn voor de gemeenschap. De chief hoort het aan en draagt zijn woordvoerder op ervoor te zorgen dat ik mijn werk zo goed mogelijk kan doen, en dat ik hulp krijg waar nodig. Ik betuig mijn dank en zeg dat ik niet van plan ben een beroep te doen op zijn hulp tot vijf dagen na de begrafenis van zijn vrouw, de officiele rouwperiode. Hij glimlacht en zegt, “Maak je geen zorgen, T.T. helpt je wel op weg.” We sluiten de visite af met een plengoffer van palmwijn, zoals het hoort.

Eenmaal buiten plannen we samen wat we de komende weken gaan doen. T.T. heeft mijn hulp nodig om goede opnames te maken van verschillende muzieksoorten. Hij is zo blij met mijn komst dat hij een vreugdedansje doet. Als we afscheid nemen zegt hij, “Ik ben de gelukkigste man in Kawu.” ” Nee,” zeg ik, “dat ben ik!” We spreken af om elkaar zondag weer te zien. Vrolijk neuriënd maak ik de afdaling naar Mempeasem terwijl de zon achter de bergen zakt en het achtergrondkoor van cicades aanzwelt.

Dit bericht is geplaatst in Voorjaar 2011 met de tags , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op De gelukkigste man in Kawu

  1. Jochem schreef:

    Wat mooi om je beeldende verhaal te lezen, vooral hoe welkom je bent en hoe gelukkig en vriendelijk de mensen daar zijn. Geniet van je tijd daar!

  2. Saskia schreef:

    Prachtig geschreven zeg! Je blijdschap om weer terug te zijn is duidelijk leesbaar. Geniet ervan!

Reageren?

Je e-mail adres zal niet gepubliceerd worden Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *